Direct naar:

Laboratorium

Laboratorium

Laboratorium

NEN-EN-ISO / IEC 17025

In het laboratorium van Unihorn wordt sinds geruime tijd boorkernonderzoek uitgevoerd. In het kader van de herziene BRL 9320 (“De milieuhygiënische kwaliteit van bitumineus gebonden mengsels”) en de daaraan gekoppelde status van CROW publicatie 210 (“Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt”), is het noodzakelijk dat vrijkomend asfalt wordt onderzocht door daarvoor geaccrediteerd laboratorium. Unihorn is met ingang van 15 december 2010 geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025.

Geaccrediteerde verrichtingen
De verrichtingen, die het Unihorn Laboratorium onder accreditatie zal uitvoeren, zijn:
  • het opmeten van de verschillende asfaltlagen
  • het benoemen van de verschillende asfaltsoorten (als eerste in Nederland)
  • het (indicatief) bepalen van kwalitatieve aanwezigheid van teer (en daarmee PAK) in asfalt door middel van PAK detectoronderzoek
  • het bepalen van semi-kwantitatieve aanwezigheid van PAK (10-VROM) door middel van DLC analyse
Vrijkomend asfalt
Jaarlijks komt 3 tot 4 miljoen ton asfalt vrij, waarvan circa 1 miljoen ton teerhoudend is. Het streven is om het vrijkomende asfalt zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. Milieuhygiënisch en ARBO- technisch gezien, is het van belang te weten of het vrijkomende asfalt wel of niet teerhoudend is. Indien het PAK gehalte kleiner dan 75 mg/kg ds is, mag het asfalt voor warm hergebruik worden aangeboden in een asfaltinstallatie. Asfalt met een PAK gehalte groter of gelijk aan 75 mg/kg ds is niet geschikt voor warm (of koud!) hergebruik en moet als teerhoudend worden aangeboden bij een vergunde inrichting.

Monstername
Het is de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder, om voor aanvang van het opbreken van asfalt, onderzoek uit te (laten) voeren naar de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt. Het – minimaal - aantal uit te voeren boringen, staat voorgeschreven in CROW publicatie 210 en is kort weergegeven in een tabel.

Van de asfaltkernen worden, in het Unihorn Laboratorium, de verschillende lagen opgemeten, de zichtbare schades genoteerd en de soorten asfalt benoemd. Vervolgens wordt het asfalt door middel van PAK detectoronderzoek indicatief/kwalitatief op aanwezigheid van teerhoudende lagen onderzocht. Omdat de detectiegrens bij het PAK detectoronderzoek op 250 mg/kg ds ligt, terwijl de grens voor warm hergebruik 75 mg/kg ds bedraagt, zijn over het algemeen één of meer PAK analyses noodzakelijk.
Het Unihorn Laboratorium voert deze PAK analyses uit door middel van DLC onderzoek. 
Het aantal uit te voeren PAK analyses is afhankelijk van de hoeveelheid vrijkomend, niet-teerverdacht, asfalt. In onderstaande tabel staat de richtlijn weergegeven.

 Hoeveelheid vrijkomend (niet-verdacht) asfalt Minimum aantal uit te voeren analyses 
 0 - 25 ton PAK markeronderzoek volstaat * 
 25 - 100 ton  1 analyse **
 100 - 500 ton  2 analyses **
 500 - 1000 ton  3 analyses **
 Tot elke 1000 ton meer  1 analyse ** extra
* Alleen voor werken kleiner dan 25 ton geldt voor maximaal één vracht
** DLC wordt beschouwd als minimaal vereiste analysetechniek

Kortom Unihorn kan het hele traject met betrekking tot het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van vrijkomend asfalt, conform CROW publicatie 210, van vooronderzoek, boorplan, uitvoering van boringen, inmeten boorlocaties, vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt, opstellen freesplan tot en met rapportage, voor u verzorgd worden. 
Unihorn in beeld