In het kader van de bepaling van de onderhoudsmaatregelen van bestaande wegverhardingen voert Unihorn zelfstandig asfalt- en constructieboringen uit. Op basis van de bepaling van de constructieopbouw kan vervolgens een gedegen advies worden opgesteld met de te plegen onderhoudsmaatregelen. Indien de onderhoudsmaatregelen is vast komen te staan kunnen vervolgens de vrijkomende bouwstoffen (asfalt, fundering en eventueel ondergrond) worden onderzocht op chemische verontreinigingen. Op basis van deze analyses kunnen vervolgens de hergebruikmogelijkheden worden vastgelegd. De analyses op fundering en ondergrond worden uitgevoerd voor daarvoor geaccrediteerde laboratoria waarmee Unihorn raamovereenkomsten heeft afgesloten. Asfaltonderzoek ter bepaling van laagopbouw en teeronderzoek wordt in ons eigen (binnenkort geaccrediteerd) laboratorium uitgevoerd.
Asfalt- en constructieboringen
Het doel van het uitvoeren van asfalt- en constructieboringen is:
- het verkrijgen van informatie over de opbouw van verhardingsconstructies
- het verkrijgen van informatie over schades en schadeontwikkeling in verhardingsconstructies
- het verkrijgen van monsters voor materiaalonderzoek (asfalt, fundering en ondergrond)
- het verkrijgen van monsters voor milieuhygiënisch onderzoek (PAK marker en DLC/HPLC onderzoek)
De voorbereiding voor het uitvoeren van constructieboringen bestaat ondermeer uit:
- het bepalen van de boorlocaties
- het bepalen van de boordiameter
- het bepalen van de boordiepte
- de eventueel benodigde hoeveelheid materiaal voor nader onderzoek
- eventueel onderzoek op de boorkern
- de te boren materialen
In het kader van het onderzoek wordt door het asfalt of beton tot en met de fundering geboord met een boordiameter 70, 100, 150 of 250 mm.
Uitvoering
Voor het uitvoeren van de asfalt- en betonboringen wordt gebruik gemaakt van een boorwagen. Unihorn heeft de beschikking over 2 boorvrachtwagens en 2 booraanhangers. Indien noodzakelijk worden extra boorwagens ingehuurd.
Verwerking (beschrijving en PAK markeronderzoek)
De verwerking van de asfalt-/constructieboringen bestaat uit:
- het opmeten van de afzonderlijke lagen conform proef 152 uit de Standaard RAW 2005
- het beschrijven en benoemen van de afzonderlijke asfaltlagen
- het uitvoeren van PAK-markeronderzoek op asfaltlagen (conform de CROW 210)
Met het PAK markeronderzoek wordt indicatief bepaald of PAK in de asfaltlagen aanwezig zijn. Het principe van een PAK markeronderzoek bestaat uit het aanbrengen van een soort wegenverf op de boorkern. PAK houdende lagen lichten gifgroen op onder UV-licht. De detectiegrens van deze methode ligt op 250 mg/kg droge stof. De grens voor de mogelijkheid van warm hergebruik van asfalt ligt echter op 75 mg/kg droge stof. Dit betekent dat het PAK markeronderzoek geen volledig uitsluitsel biedt over de mogelijkheid van warm hergebruik van asfalt. Om zekerheid te verkrijgen over de mogelijkheid van warm hergebruik van asfalt dienen PAK analyses (DLC of HPLC analyse conform de CROW 210) uitgevoerd worden.


